
Vorige week had ik de eer Vlaams minister-president Kris Peeters te interviewen. Vanwege zijn drukke programma had het gesprek plaats in de auto van de ambassadeur, zoals eerder bij het bezoek van de Nederlandse staatssecretaris Frank Heemskerk.
Terwijl Peeters gewichtige woorden vloeiend op elkaar deed volgen, maakte ik in de hobbelende auto aantekeningen, onderwijl een oogje houdend op mijn mobiele telefoon die als recorder dienst deed en dreigde door de auto heen te vliegen. Intussen werden wij begeleid door een politiewagen met sirene, die auto's voor ons als een sneeuwschuiver van onze baan afduwde, vergezeld van boze klanken uit een megafoon. Zo kropen we sneller dan anderen voort door het chaotische verkeer van Moskou, dat in de vroege middaguren al besloot de vorm aan te nemen van een dikke klonterige stroop. Leve de migalka (zwaailicht) dus.
Een dag eerder was ik 's avonds op de Belgische ambassade hartelijk ontvangen met een drankje, diner, dessert, koffie, mineraalwater en cognac. Ik dacht: die Belgen hebben het toch maar mooi voor mekaar hier in Moskou.
(Op de foto: Kris Peeters. Foto: UZA loopt)